Algemeen

Editie 2 - April 2014

Goede zorg voor onze jeugd

Per 1 januari 2015 gaan de jeugdzorgtaken over van de provincies naar de gemeenten. Een overdracht met een grote verantwoordelijkheid, want veel kinderen en ouders in onze provincie zijn afhankelijk van goede, professionele, hulp. Alle betrokken partijen nemen hun taak daarom uiterst serieus. De voorbereidingen zijn in volle gang. En ondanks het feit dat er nog heel wat ‘meters zijn te maken’, is iedereen positief gestemd dat het gaat lukken.

Bekijk in het magazine

Wat zeggen de experts?

‘Luister goed naar de jongeren zelf’

Isanne Yard, oud-cliënt en jeugdzorgambassadeur: “Ik vind het spannend wat er gaat veranderen voor cliënten als jeugdzorg bij gemeenten komt te liggen. Vooral de eerste twee jaar zal het voor gemeenten misschien best moeilijk zijn, omdat jeugdzorg helemaal nieuw is voor hen. Ik hoop dat jongeren vooral in die eerste jaren voldoende duidelijkheid krijgen over wie welke zorg overneemt. En dat ze ook voldoende aandacht krijgen. Ik had bijvoorbeeld een voogd die 18 andere jongeren in de hele provincie begeleidde. Ik voelde dat hij hierdoor wat minder aandacht en tijd voor mij had. Misschien wordt het na de transitie, als de jeugdzorg bij gemeenten ligt, dus juist wat overzichtelijker. Omdat het wat kleinschaliger is en gemeenten hierdoor beter zicht kunnen hebben op de jongeren zelf. Ik zou aan gemeenten mee willen geven om goed naar de jongeren zelf te luisteren. Gebruik de kennis en input van de jongeren zelf en denk niet te veel in hokjes. Nodig hen een paar keer per jaar uit op het gemeentehuis en laat je adviseren en inspireren door de ervaringsdeskundigen.”

‘De continuïteit is gewaarborgd’

Monique Peltenburg, directeur gemeente Amersfoort en voorzitter ambtelijke stuurgroep Jeugdzorg: “In de provincie Utrecht wordt de overdracht van de jeugdzorgtaken in regioverband opgepakt. In totaal zes regio’s zijn ermee bezig, en die trekken daarin samen op met de provincie, zorgaanbieders, verzekeraars, en cliënten. We zijn goed op weg, maar hebben nog wel flink wat meters te maken. De achterliggende gedachte van de overdracht van de jeugdzorgtaken is dat gemeenten meer integraal naar de zorg kunnen kijken. Hierdoor kan een kwaliteitsslag worden gemaakt. Dat het met minder geld moet, wordt de uitdaging. Ik denk dat het mogelijk is omdat we op een hele andere manier gaan werken. Er komt een nieuwe infrastructuur voor zorg, waarbij sociale en wijkteams een belangrijke rol krijgen. Zij kijken goed naar wat de mensen zelf kunnen. De zorgcontinuïteit is daarbij wel gewaarborgd, wie hulp nodig heeft krijgt ‘m ook. Maar niet meer of langer dan noodzakelijk. De zorg van sommigen dat ambtenaren gaan ‘dokteren’ is onterecht, huisartsen blijven hun rol vervullen. Het is wel zo dat er ook een slag te maken is in hun werk. Daar gaan we goede afspraken over maken met de zorgverzekeraars en de huisartsen.”

‘Aansluiten bij het gewone leven van het gezin’

Fawzia Nasrullah, bestuurder Youké Sterke Jeugd, en voorzitter van de provinciale hulpverzorgers: “We zijn al een aantal jaren druk met de transitie jeugdzorg. Maar nu we in het laatste jaar zitten, gaat alles in een stroomversnelling. In de specialistische jeugd- en opvoedhulp hebben we te maken met complexe opvoedvraagstukken. Het is vaak een combinatie van gedrags- en lichamelijke stoornissen, leerstoornissen en sociaal-maatschappelijke problemen. De oorzaak ligt vaak ook (helemaal of deels) in de gezinssituatie. Het is dus belangrijk om het hele gezin in de hulp te betrekken. De trend is om de hulpverlening eerder in te zetten en op te pakken met andere instanties. Daarnaast proberen we aan te sluiten bij het gewone leven van het gezin. We kijken wat ouders zelf kunnen doen en wat met steun uit de omgeving kan worden opgelost. Hulpverleners in buurt- en wijkteams gaan hierbij een belangrijke rol spelen. Mijn enige zorg is de continuïteit, de trajecten die nu lopen moeten natuurlijk worden afgemaakt. En ook de nodige specialistische 24-uurszorg en de crisishulpverlening moeten in stand blijven, dit gaat over de regiogrenzen heen.”

Wat zegt de politiek?

‘In gesprekken met de cliënt kun je dieper op de materie ingaan’

Erika Nap, lid Provinciale Staten voor het CDA: “’Cliënten ontmoeten Statenleden’ bestaat al zo’n zes jaar. Het doel ervan is dat Statenleden kunnen toetsen hoe de jeugdzorg in de praktijk werkt. In januari sprak ik met een cliënt in de jeugdzorg, een jongen van 15 jaar, zijn vader, iemand van Jij-Utrecht (belangenorganisatie), en een raadslid. Het gesprek was erg persoonlijk, het gaat toch over gevoelige informatie. Zowel de jongen als zijn vader was eigenlijk best tevreden over de verleende hulp. Misschien dat meespeelt dat het goed met hem gaat en hij in een afbouwtraject zit. Aandachtspunt was wel de overdracht van gegevens, dat kan nog wel eens beter. Als een jongere een nieuwe voogd of pleegouder krijgt is het niet fijn als alles weer van voor af aan moet worden doorgenomen. Verder is het belangrijk dat er een klik is tussen de hulpverlener en de jongere. Gemeenten pakken de voorbereiding op de nieuwe taken in regioverbanden op. Ik hoop dat zij de bezuinigingen kunnen compenseren door de uitvoering efficiënter te maken. Het voordeel is dat de welzijnsnetwerken er al zijn.

‘Ook ouders hebben persoonlijke aandacht nodig’

Pauline van Viegen, lid Provinciale Staten voor de PvdA: “Ik heb naast de gesprekken ‘cliënten ontmoeten Statenleden’ zo’n 100 gesprekken gevoerd met jongeren, ouders, en professionals. Ik wil mijn beeld niet vormen uit enkel beleidsstukken. De gesprekken waren verhelderend. Wat ik vaak terug hoorde is dat er veel onzeker- en onwetendheid is. Hierdoor verliezen sommige ouders zich in het indienen van klachten, anderen lopen helemaal vast, zijn bang of ervaren veel stress. Ouders willen weten wat er gaat gebeuren met hun kind en met henzelf. Een van de uitgangspunten van de nieuwe Jeugdwet is dat meer nadruk komt te liggen op de eigen kracht van ouders. Hierdoor kun je proberen de zorg klein te houden. Dit wordt nog een grote uitdaging voor de gemeenten. Lang niet alle ouders kunnen zelf de regie nemen. Zij zullen hierbij begeleiding nodig hebben. Gemeenten zouden daarom een budget voor het hele gezin moeten reserveren, niet alleen voor het kind. Ik heb er vertrouwen in dat het de gemeenten gaat lukken, al had ik liever gezien dat de gemeenten gedurende de eerste paar jaar meer geld zouden krijgen.”

‘De jeugdzorg is al langer niet meer van de provincie alleen’

Als eerste provincie in Nederland heeft Utrecht dit jaar de gemeenten de ruimte geboden om afspraken te maken met zorgaanbieders over de inzet van de zorg in 2014. Dat is een jaar vóór de officiële decentralisatie in 2015.

Mariëtte Pennarts, gedeputeerde Jeugdzorg: “Wij hebben bewust gekozen voor deze aanpak. De jeugdzorg is al langer niet meer van de provincie alleen. We hebben de afgelopen jaren veel tijd en energie gestopt in het bij elkaar brengen van alle partijen die iets met jeugdzorg van doen hebben. En die aanpak werpt zijn vruchten af. De onderlinge samenwerking in de provincie tussen gemeenten, zorginstellingen en Bureau Jeugdzorg is goed. En dat is heel belangrijk, want een dergelijke operatie uitvoeren is een complex en spannend proces! De gemeenten die het willen, kunnen vanaf 2014 al aan de slag met jeugdzorg, maar uiteraard zullen er tempoverschillen zijn. Als provincie willen we gemeenten daarbij optimaal ondersteunen. Wij blijven ook dit laatste jaar in gesprek met cliënten. Ik sta ervoor garant dat geen enkele jongere tussen wal en schip gaat vallen.”

Meer informatie