Natuur en milieu

Editie 4 - September 2014

Minder ganzen voor duurzame natuur

De emoties lopen op als we het hebben over populatiebeheer. Een duur woord voor het onnodig afschieten van dieren, vindt de een. Een noodzakelijk kwaad om teveel schade aan gewassen te voorkomen, vindt de ander. De provincie maakt populatiebeheer mogelijk. Zo realiseren we een balans tussen het duurzaam voortbestaan van ganzen aan de ene kant en het voorkomen van teveel schade aan gewassen aan de andere kant.

Bekijk in het magazine

Ganzenbeheer mogelijk door aanscherping beleid

De grote hoeveelheden ganzen in Nederland zorgen voor problemen. Ze veroorzaken schade aan landbouwgewassen en aan de natuur. De provincie scherpt haar flora- en faunabeleid aan om nieuwe manieren voor reductie toe te staan. Hierdoor kunnen ganzen intensiever beheerd worden. Op papier klinkt dat tamelijk abstract: nieuwe manieren voor reductie en intensiever beheer. In de praktijk betekent het dat er de komende periode meer ganzen gedood worden. En dat maakt het een noodzakelijk kwaad voor de provincie.

Nederland is van oudsher een populaire bestemming voor ganzen vanwege het grote oppervlakte eiwitrijk grasland. Tot voor kort verbleven de ganzen hier vrijwel alleen in de winter. Tegenwoordig verblijven enkele ganzensoorten, waaronder de grauwe gans, het hele jaar in ons land. De grafiek laat zien dat het aantal grauwe ganzen in de zomer de afgelopen jaren enorm is toegenomen. Dit komt onder andere omdat er lang niet meer op ganzen is gejaagd en door een toename van het aantal geschikte broedgebieden.

Natuurorganisaties, terrein beherende organisaties, landbouworganisaties en de provincies hebben afspraken gemaakt over het beheer. In 2013 leidde dit overleg tot het zogenoemde ganzenakkoord. Helaas is dit landelijke akkoord op het laatste moment gesneuveld. De Utrechtse partners steunen de maatregelen uit het akkoord nog wel. Daarom is het beleid van de provincie hierop gebaseerd.

Ganzen intensiever beheren

De komende vijf jaar wordt de totale populatie ganzen verminderd. De doelstelling is om in 2018 een voorjaarsstand te hebben van 4.000 ganzen. Om dit mogelijk te maken scherpt de provincie kaders aan; wat mag wel en wat mag niet? En waar mag het wel en waar mag het niet? Het uitgangspunt is zo veel mogelijk rust in de winter en intensief beheer in de rest van het jaar.

De uitvoering van het beleid ligt bij de Fauna-beheer-eenheid (FBE). In de FBE zijn jagers, terrein-beherende organisaties, landbouworganisaties en de landgoedeigenaren vertegenwoordigd. In enkele gevallen is de provincie zelf betrokken bij de uitvoering. Het terugdringen van het aantal ganzen gebeurt door afschot, door het prikken van eieren en door het vangen van ganzen tijdens de rui.

Naast het terugdringen van de aantallen, zetten we ook inrichtings- en beheersmaatregelen in. Zoals het creëren van een dichte begroeiing aan de rand van geschikte broedplekken om het broeden te voorkomen. Of het verhogen van de waterstand waardoor potentiele broedplekken tijdelijk niet geschikt zijn. Dergelijke maatregelen voorkomen dat de populatie weer snel groeit.

‘Jager zijn is veel meer dan schieten alleen’

Bob Canjels, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV): “Sinds mijn veertiende ga ik mee met jagers. Ik voel me verbonden met de natuur en het buitengebied. Jager zijn is veel meer dan schieten alleen. Als jager houd je een gebied in de gaten, je telt het wild en je inventariseert wat er allemaal gebeurt. Er zijn veel regels waar we ons aan moeten houden. Omdat ganzen een groot probleem vormen, zijn de regels ten aanzien van beheer en schadebestrijding verminderd. Nu mogen we bijvoorbeeld in het voorjaar ganzenpaartjes schieten. Dat gaat wel tegen je gevoel in, ook bij een jager. Maar uit onderzoek van Stichting Vogelonderzoek Nederland, is gebleken dat het effectief is. Jonge vogels schieten doe ik niet. Dat stuit bij mij op weerstand. Soms moet het wel gebeuren. Er komen dan speciale interventieteams om de jonge dieren te doden. Dat heeft niets te maken met jagen, dan gaat het alleen om het realiseren van de doelstelling de populatie ganzen te reduceren.

‘We zijn wel kritisch als het gaat om de winterrust’

Rein Zwaan, Boswachter monitoring en natuuradvies Staatsbosbeheer: “Ganzen horen thuis in het Nederlands landschap en hebben hierin een nuttige functie. Het zijn prachtige dieren waar veel mensen van genieten. Persoonlijk kan ik erg genieten van deze mooie en intelligente dieren. Maar Staatsbosbeheer ziet ook de problemen die de ganzen veroorzaken. Ganzen geven niet alleen maar schade in de agrarische omgeving, maar zij vreten onder andere het waterriet op waardoor er belangrijk broedbiotoop van een aantal kwetsbare en zeldzame broedvogels verloren gaat. Daarom helpen we mee met het oplossen van de ganzenoverlast. We behandelen de nesten waar dit effectief is en waar dit kan. We stellen onze terreinen open voor vangacties in de ruiperiode en voor de jagers. Zo werken we actief mee om de schade aan natuur en landbouwgewassen zo beperkt mogelijk te houden. Daar staat wel tegenover dat we heel kritisch zijn als het gaat om de winterrust. De ganzen horen thuis in Nederland, ook in de toekomst. Wij houden scherp in de gaten of de winterrust voor de ganzen voldoende nageleefd wordt. Onze verantwoording voor de Noord Europese ganzen populatie is voor ons belangrijk.”

Meer informatie