Natuur en milieu

Editie 5 - November 2014

Via het ecoduct veilig naar de overkant

Grote en kleine dieren, met of zonder vleugels. Reeën, salamanders en libellen volgen de lijn van de ecoducten op de Utrechtse Heuvelrug. Onze provincie zet zich in voor duurzame natuur. Uit onderzoeken blijkt dat het werkt: ecoducten dragen bij aan het voortbestaan van flora en fauna.

Bekijk in het magazine

Voor een veilige oversteek

Ieder jaar vinden in Utrecht honderden aanrijdingen plaats met grotere dieren zoals reeën, hazen, dassen en boommarters. Hun voortbestaan als soort is in gevaar. Want veel dieren verplaatsen zich, uiteraard zonder naar ‘links of rechts’ te kijken. De kleinere diersoorten proberen de oversteek niet eens meer te maken.

Een oplossing hiervoor is de realisatie van ecoducten. In 2005 zijn het Rijk, ProRail en de provincies gezamenlijk op elkaar afgestemde programma’s gestart om de grotere natuurgebieden in Nederland, zoals de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe weer met elkaar te verbinden. Alternatieven voor de verkeerstromen zijn er op de Heuvelrug niet en dus zijn er ecoducten ontworpen om te zorgen voor duurzame verbindingen voor de natuur over de infrastructuur heen.

Werkt het?

Verschillende monitoringsonderzoeken met camera’s of sporenonderzoek laten zien dat ecoducten in Utrecht dagelijks gebruikt worden door onder andere reeën, boommarters, dassen, hagedissen, salamanders en een heel scala aan kleine bodemdieren. Dieren dragen plantenzaden met zich mee en zorgen zo ook voor de verspreiding van de flora. Maar ook vliegende dieren zoals vleermuizen, kleine zangvogels, dagvlinders en libellen volgen de lijn van de ecoducten tussen natuurgebieden. Onderzoek wijst uit dat populatiegroei van sommige diersoorten en hervestiging al snel plaatsvinden na het realiseren van een ecoduct.

Niet alleen voor dieren

Aan enkele ecoducten is een recreatieve oversteek toegevoegd, zoals bij de ecoducten Op Hees bij Den Dolder, Crailo bij Hilversum en de natuurpassage bij de Elster. Sommige terreinbeheerders organiseren op verzoek excursies met kleine groepen mensen om de beleving en de werking van ecoducten te laten zien.

Internationale ontwikkelingen

Niet alleen in Nederland nemen de ecoducten een grote vlucht. In Duitsland en Frankrijk worden vergelijkbare programma’s uitgevoerd om de geleidelijk ontstane versnippering van de natuur weer ongedaan te maken. In landen als Polen en Hongarije, waar een inhaalslag gemaakt wordt met de aanleg van wegen, worden ecoducten direct al in het ontwerp en de bouw meegenomen. Ook de provincie Utrecht pakt het tegenwoordig op deze wijze aan. Bij de bouw van N421 tussen Houten en Utrecht zijn verschillende kleinere en grotere passages voor reeën, amfibieën, vissen en vleermuizen in het project meegenomen.

Ecoducten in Utrecht

Het ecoduct Boele Staal over de N237, dat tussen Soesterberg en Amersfoort gebouwd wordt, is de laatste van vijf ecoducten in het gebiedsproject Hart van de Heuvelrug. De N237 met straks twee ecoducten, de A28 ook met twee ecoducten en het spoor bij Den Dolder met één ecoduct, vormen geen barriere meer voor natuur. Daarmee is de natuurverbinding weer hersteld tussen de Boswachterij Austerlitz, over de voormalige vliegbasis Soesterberg naar de bossen rond Pijnenburg.

Op de zuidelijke heuvelrug heeft de provincie nog twee ecoducten in voorbereiding over de N226 en de N227. De ecoducten liggen in het verlengde van de recent, in opdracht van Rijswaterstaat en ProRail gebouwde ecoducten over de A12 en het spoor. Daarmee gaat ook de zuidelijke heuvelrug weer verbonden worden met het centraal gelegen Hart van de Heuvelrug.

Meer informatie