Natuur en milieu

Editie 6 - Januari 2015

Na 100 jaar teruggeven aan het publiek

Na 100 jaar van beslotenheid zijn de poorten van Park Vliegbasis Soesterberg op 13 en 14 december geopend voor het publiek. Iedereen kan nu de geheimen van dit unieke gebied ontdekken. Ook het Nationaal Militair Museum (NMM) ontving datzelfde weekend haar eerste bezoekers. Het Park Vliegbasis Soesterberg is door de provincie Utrecht in samenwerking met de gemeenten Soest en Zeist en het Utrechts Landschap gerealiseerd.

Bekijk in het magazine

De geschiedenis herleeft

Tijdens het openingsweekend ontvingen het park en het museum rond de 10.000 bezoekers. Omwonenden, oud-medewerkers van Defensie, vliegtuigspotters; velen bleken een band met het voormalige defensieterrein te hebben.

In het museum vertelt vrijwilliger Carolien over haar jeugd in Zeist. Als ze met vriendinnen uit ging in het dorp, ontmoetten ze regelmatig Amerikaanse soldaten in het café. ‘Ik kan me nog goed herinneren dat we enkele van hen uitnodigden voor een BBQ bij ons thuis. Zij zouden voor het vlees zorgen. Vervolgens kwamen ze aanzetten met een half varken! De Amerikaanse gedachte bij een BBQ. De cultuurverschillen bleven ons in die tijd verbazen.’

Gedurende 100 jaar

Park Vliegbasis Soesterberg heeft een rijke en unieke geschiedenis. Hier ligt de bakermat van de Koninklijke Luchtmacht. Het is het eerste militaire vliegterrein in Nederland. In 1910 richtten twee handelaren een heideveld bij Soesterberg in als burgervliegveld. In datzelfde jaar organiseren zij al een eerste vliegshow. In 1913 wordt het terrein door de Staat der Nederlanden aangekocht en verandert het al snel in een volwaardig vliegveld.

In de Tweede Wereldoorlog komt de vliegbasis in handen van de Duitse bezetters. Het vliegveld wordt grondig verbouwd en krijgt een derde landingsbaan. De vliegbasis neemt een strategische plek in bij de ‘slag om Engeland’.

Aan het eind van de oorlog wordt de vliegbasis geheel verwoest. De toekomst van het vliegveld is aanvankelijk onzeker, er wordt zelfs gesproken over opheffen. In 1947 krijgt het de functie van militair vliegveld en later zelfs van NAVO-basis. De vliegbasis huisvest vanaf 1951 meerdere straaljagereenheden, zowel Nederlandse als Amerikaanse. Amerikaanse militairen en hun gezinnen bepalen jarenlang het beeld van de vliegbasis en het dorp Soesterberg. Naast de Amerikanen maakt ook het Koninklijk Huis er dankbaar gebruik van.

De privé-Fokker van Prins Bernard staat altijd klaar in een van de hangars. Het Amerikaanse squadron blijft tot 1994. Daarnaast opereren op Soesterberg vanaf 1968 Nederlandse transport- en helicoptereenheden.

De vliegbasis haalt zijn eeuwfeest echter niet: in 2008, ruim na het vertrek van de Amerikanen, sluit de vliegbasis wegens bezuinigingen bij Defensie. Hiermee komt een einde aan bijna 100 jaar gemotoriseerd vliegverkeer boven Soesterberg. Het terrein wordt in 2009 aangekocht door de provincie Utrecht. Samen met gemeente Zeist, gemeente Soest en het Utrechts Landschap geeft de provincie nu het terrein als natuurgebied terug aan het publiek.

De Straaljagers

Het boegbeeld van Soesterberg

De komst van de straaljagers ging niet bepaald onopgemerkt aan de omwonenden voorbij. De Nederlandse squadrons vlogen met de Britse Gloster Meteor, een vliegtuig met een slechte reputatie. Van de ca. 250 toestellen in Nederlandse dienst crashten er 58, waarbij 40 piloten omkwamen. Vanaf 1955 werden ze deels vervangen door F86 Sabres en vanaf 1957 door de mede door Fokker geproduceerde Hawker Hunters. De Hunters bleven tot 1968, oen het laatste Nederlandse straaljagerssquadron Soesterberg verliet.

Het Amerikaanse squadron vloog in Soesterberg tot 1956 met de F86 Sabres. Daarna volgde de veel snellere F100 Super Sabre. In 1959 werd voor de Super Sabres een 'Quick Reaction Alert Hangar' gebouwd, de zogenaamde ZULU-hal. Hier werden permanent vliegtuigen en piloten gereed gehouden om bij alarm binnen vijf minuten in de lucht te zijn.

In 1959 deed de F 102A Delta Dagger zijn intrede op Soesterberg. Vanaf 1969 werden deze vervangen door F-4E Phantoms. Voor deze toestellen werden nabij Camp New Amsterdam de eerste 18 betonnen vliegtuigshelters gebouwd. In 1974 en 1976 werden de oude Phantoms vervangen door modernere versies, respectievelijk F-4E Phantoms II en de F-4F Phantoms. In 1978 verschenen de eerste F15's op Soesterberg. Voor de nieuwe vliegtuigen verrezen op het middenterrein nog eens 17 iets ruimere vliegtuigshelters. De A- en B-serie van de F15 werden na 1980 vervangen door de C en D-versie. De F15's bleven tot 1994 op Soesterberg.

Boswachter Martijn Bergen

‘Een ecologische schatkamervol verrassingen’

Het beheer van het natuur op de vliegbasis ligt bij Utrechts Landschap (UL). Martijn Bergen, boswachter van het Utrechts Landschap vertelt enthousiast: ‘De ene na de andere ecologische verrassing werd ontdekt op de vliegbasis, zoals broedparen van de veldleeuwerik, roodborsttapuit en de klapekster. En daar, bij die poel, hebben we broedhopen voor ringslangen, terwijl in dat bos daarachter weer wespendieven broeden. Decennialang was Vliegbasis Soesterberg de geheime wereld van Defensie. Onder de beschermende vleugels van het leger bleek het gebied uitgegroeid tot een ecologische schatkamer vol verrassingen.’

Zorgvuldig beheren

‘Ecologisch gezien starten we hier met een 9,’ vertelt de boswachter. ‘Dit vasthouden vraagt om zorgvuldigheid en kleine stapjes. Elke nieuwe keuze in het beheer kan tenslotte grote gevolgen hebben voor de diversiteit. Daarom sturen we bijvoorbeeld niet zomaar een kudde schapen de heideveldjes op, maar laten we af en toe een kudde kleine stukjes begrazen. Het effect daarvan monitoren we goed.’

Spectaculair uitzicht

Het uitzichtpunt in de toren geeft een spectaculair uitzicht over de basis. ‘Wat een gebied he? De veelzijdigheid van de natuur is enorm.’ Bijzonder aan het gebied vindt Bergen: ‘Het stoere randje van het militaire verleden. Je komt het overal tegen. Soms geheimzinnig, soms indrukwekkend. Samen met de mooie natuur maakt dat een bezoek aan dit gebied onvergetelijk. Vanuit Utrechts Landschap blijven we de veelzijdige natuur in dit gebied zo beheren, dat iedereen er nog lang van kan genieten.’

‘We hebben allemaal ‘iets’ met Soesterberg’

Statenlid Kees de Kruijf: ‘Als jongen van twaalf fietste ik regelmatig van mijn huis in Amersfoort naar vliegbasis Soesterberg. Met een beetje geluk had ik dan een mooi plekje op een heuveltje in het verlengde van de startbaan, zodat de gevechtsvliegtuigen vlak over mijn hoofd voorbij raasden. Machtig mooi! Later, als wethouder in Leusden, hield ik me samen met inwoners vooral bezig met de geluidsoverlast van Soesterberg. Nu volg ik als Statenlid met grote interesse en enthousiasme de transitie van de vliegbasis naar een toegankelijk natuurgebied, een aantrekkelijke plek om te recreëren en cultuur te beleven. De vliegbasis en ik hebben dus overduidelijk wat met elkaar en zoals dat voor mij geldt, geldt dat absoluut ook voor de andere statenleden. Allemaal hebben we wel ‘iets’ met Soesterberg. En samen zijn we blij met de komst van het Nationaal Militair Museum en met het fantastische natuurgebied dat steeds meer vorm krijgt. Midden in ons mooie Utrecht heerlijk wandelen en fietsen in prachtige natuur en vervolgens je ogen uitkijken in het museum. Machtig, prachtig mooi!’

‘Onze tractoren zijn erfgoed uit het verleden’

Op het openingsweekend rijdt Gijs Brouwer rond op een Ferguson tractor uit 1948. Trots vertelt hij over het voertuig dat in de jaren na de oorlog met behulp van het na-oorlogse Marshallplan door de boeren kon worden aangeschaft. ‘Om de landbouw weer op gang te krijgen, konden de boeren een paard ruilen tegen een tractor.’ Het Marshallplan trad drie jaar na de oorlog in werking en was bedoeld om de economie van Europa te verbeteren. Een sterk Europa was immers nodig als buffer tegen de communistische invloeden van de Sovjet Unie. Zo meenden men althans in die tijd. ‘We rijden hier vandaag met 15 na-oorlogse tractoren rond. Ook onze tractoren zijn erfgoed uit het verleden, mogelijk gemaakt door de Amerikanen.’

‘Ik werkte met deze toestellen’

‘Kijk’, zegt Jos van der Groef, ‘Ik werkte met deze toestellen, Hawker Hunters.’ Jos bracht zijn dienstjaren door in Soesterberg. Als je goed kijkt, zie je dat het embleem op de staart van de Hawker Hunters op de foto overeenkomt met de afbeelding op het speldje dat op zijn borst is gespeld. ‘We hadden een continue verbinding met de luchtverkeerstoren. Zodra er bericht kwam over naderende Russen in ons luchtruim, maakten we direct twee vliegtuigen gereed. Deze moesten dan de indringers, indien nodig, terug naar de grens ‘begeleiden’.’

Meer informatie